Deze website maakt gebruik van cookies om de website goed te laten functioneren en het gebruik van de website te kunnen analyseren.

Blokfluit en traverso

Voorlopers van de moderne blokfluit en dwarsfluit (de traverso) stammen uit het einde van de middeleeuwen. Vanaf 1500 werden deze fluiten razend populair. Dit hing samen met de opkomst van de gegoede burgerij en verspreiding van muziek in gedrukte vorm.

Bij Ensemble En Suite worden zowel Renaissance als Barok blokfluiten en traversos bespeeld, afhankelijk vanuit welke periode de gespeelde muziek stamt. Deze fluiten zijn er van klein en hoog tot groot en laag klinkend.

De boring van een Renaissance blokfluit en Renaissance traverso bestaat uit een holle rechte pijp. De boring van een Barokke fluit loopt taps toe van breed naar minder breed. De tonen uit een Renaissancefluit klinken dragender dan de meer directe tonen van een Barokfluit.

Renaissancefluiten zijn vooral geschikt voor het uitvoeren van polyfone instrumentale muziek en het begeleiden van vocale muziek. Men bespeelde ze meestal in gemengde groepen, consorts genoemd. De Barokfluit is ook geschikt om als solo-instrument te gebruiken.

In de loop van de 18e eeuw verdween de blokfluit grotendeels. In grote symfonie orkesten was geen plaats voor de blokfluit. Voor de traverso die veranderde in de dwarsfluit was wel plaats in deze orkesten.

Aan het eind van de 19e eeuw kwam de blokfluit weer in de belangstelling te staan doordat mensen interesse kregen voor muziek uit het verleden.


Meer informatie over • strijkers
Terug naar pagina instrumentalisten